11 mrt 2009
Berlin, by night
In Berlijn was er in 2 of ’93 (ik weet het nu precies niet meer) een dancing in de buurt van “Der Alex” (Alexanderplatz) een tent (een dancing dus) in een kelder die zo groot was als een voetbalveld waar de vroegere Oost-Duitse elite hun feestjes hielden. Na de val van de muur bestond dat ding nog steeds en het was machtig: alles was in het rood. De stoelen, de bar, de vloer (in tapis-plein), de dansvloer in rode marmer, de glazen waarin drank werd geschonken, enfin – ALLES: rood. Ik weet alleen niet meer wat de naam was van het ding maar het was fa-bu-leus.
Het was samen destijds met ewerk, Tresor, the place to be.
ewerk: “Completed in 1896, ewerk is Germany’s oldest preserved commercial power plant—but this is only part of its long and complicated history. It was badly damaged in WWII but restored by the Soviets for continued use. Given landmark status in 1987, it then housed artistic installations, theater performances and fashion shoots before embarking on a well-known affair with techno fever, which lasted until the club’s closing in 1997.”
Tresor: “Tresor (Duits voor kluis) is een underground techno-nachtclub en platenmaatschappij. De club werd opgericht op 17 maart 1992 in een gebouw van de oude Wertheim-warenhuizen, waarin de kluizen waren. Dit gebouw stond in Mitte, het centrum van het oude Oost-Berlijn, naast de bekende Potsdamer Platz.”
ewerk was gigantisch: je kwam binnen door een nauwe, smalle gang en dan stond je ineens in een zaal, nouja – zo groot als het sportpaleis in Antwerpen. Met dat verschil: alle installaties om er elektra op te wekken stonden er nog: gigantische spoelen, manometers, draden, alles: je zat er gewoon in een fabriek. De muziek stond er loeiendhard – de alleerste techno. Nooit zot van geweest dus ben ik er niet lang gebleven maar ik was wél onder de indruk van de “setting”.
Tresor was leuk. Maar alleen omdat het vermoeden er was dat dit ooit de kelder van AH zou geweest zijn. Wat wel zou kunnen want historisch was het precies in de “bewuste” straat gelegen. (Neen ik zeg niets verder, fanatici moeten het maar verder uitzoeken.) De bar was trouwens de oude toog van een bank en de drank stond achter die toog in kluisjes. Je moest eerst door zo’n dikke kluisdeur (zoals in James Bond films) om er binnen te geraken. De muziek trok echter op niets.
MAARRR…
Om terug te keren naar die onbekende boîte van in het begin: dat was z-a-l-i-g.
Muziek van Lotte Lenya, Kurt Weill, Marlene Dietrich – met dan een streep Bowie en Kraftwerk erdoor (toen, superhip) het was een droom. En dan het publiek: eclectisch is het minste wat je er van kon vinden. Gewone mensen, homo’s, lesbo’s, travestieten, blote tetten, leerboys, jongens in smoking – in rok, in kostuum, in jeans, in smoking met sigaret aan een zilveren pijpje – lesbo’s die er krèk uitzagen als jongens (ik dacht eerst dat er twee gasten met elkaar aan het muilen waren, waren het toch wel twee wijven zeker !) alles door elkaar en zonder onderscheid. En vriendelijk mijnheer, hoffelijk! Kalm en rustig.
Je kon daar en tong met een gast aan de bar draaien zonder daar iemand van opkeek, (het moest wel deftig blijven) – vonden ze normaal.
Ik had nog nooit zoiets meegemaakt en tot hiertoe ook niet meer. Nou, en toen ze Kraftwerk draaiden werd iedereen zot gewoon.
Ah, man. Het feest duurde tot een uur of vijf ‘s morgens (er zijn daar wetten die maakt dat ze moeten sluiten om vier uur, zoiets) dus met wat marge kon je de eerste metro vanuit “Alex” naar Kurfürstendamm nemen (uurtje rijden – Berlijn is gi-gan-tisch groot) – en met wat geluk iemand in je armen.
*Kuch* Soms zaten we met z’n drieën in bad – zie vorige post.
Aaah, Berlijn.
Timo Maas bestond nog niet, maar het was écht die ambiance, schitterend en zalig, decadent maar wel “chique”:
