25 jun 2008
Slosse is dood en daarmee ook stuk van mijn jeugd
Slosse was een een wijze, ruwe bonk van een vent met een gouden peperkoeken hartje. Hij was inderdaad onder véél meer–gekend als portier aan de Kuiperskaai.
Woelwater Oswald Slossche was gekend als Slosse, fantast, anarchist, ex-bodyguard van “The Kelly Family”, vader van 22 kinderen, bloedbroeder van Walter De Buck, acteur en dichter.
Slosse was ook een dromerige man die ooit met zijn ijslandvaarder “de Angelus” naar het verzonken land van Mu wou varen tot hij in 1996 zijn droom letterlijk te water zag gaan omdat zijn schip na een aanvaring zonk. Maar Slosse gaf niet op, na zeven jaar werd zijn schip weer bovengehaald aan het Muidedok in Gent. Om kort erna voor een tweede keer te zinken…

Altijd als ik hem zag had ik plezier met zijn grappen en grollen en toen ik nog jonk en mooi was (nu ben ik alleen nog maar mooi *kuch*), ben ik nachtenlang uitgeweest en heb ik tijdens mijn studententijd (en ver erna) jarenlang op de Kuiperskaai gewerkt in de “55″ bij Toontje als dj, barman, garçon, glazenwasser en “madam” pipi. (En in de Vlaanderenstraat als portier in “The Must” van José Van De Putte – de vader van Alain, waar nadien de “Paradox” geweest is – ook al gesloten, maar dat is nog een heel ander verhaal.)
En af en toe mocht ik Slosse “meehelpen” als portier als het wat teveel uit de hand liep (u begrijpt wat ik bedoel). Op kalme momenten hebben we daar een hoop afgepraat en leute gemaakt aan die deur.
Slosse was eigenlijk een halve filosoof met een ongelooflijke levenswijsheid. In één oogopslag had hij iemand door en wist meteen wat voor vlees er in de kuip lag. (Of er in ging liggen. De kaai bedoel ik dan.)

Ooit, toen ik nog niet zo gekend was op de Kaai en aartsmoeilijk om binnen te geraken in wat toen dé boîte van Gent was, ben ik met een maat achterop zijn motor (een zwaar geval) geslipt in de Vlaanderenstraat (of aangereden door een auto…) en -aan zeker honderd km/h, recht de Kuiperkaai binnengevlogen, recht in de entrée van de “ELPEE” (of was het nu de “FASH”?) waar Slosse aan de deur stond. Slosse was toen overal portier.
Toen hij me terug op mijn benen had geholpen en ik half kreupel en nog natrillend van de schrik mijn helm wou afzetten, sprak Slosse de legendarische woorden, waarmee ik hem op slag super-sympathiek heb gevonden:
Al diene cinema goad eu niet helpen, want zonder lidkoarte komde nie binnen, gasten!
Waarop hij ons eerst streng, vermanend toekeek en waarop we toen alle drie gelijk in de lach schoten.
Vandaag is Slosse dood en ik vind het verdomd spijtig want ik had hem graag nog eens willen bezoeken en spreken – en zoals altijd stelt een mens zo’n dingen uit tot het te laat is zoals vandaag en ik dit stukje met tranen in mijn ogen zit te schrijven.
Verdomme. Vaarwel Slosse, ik ga u nooit vergeten maat.
Foto: gepikt van Gentblogt.

