Gisteren aan de ouderlijke huyschtafel gezeten vraagt hij me tijdens het eten langs zijn neus weg:
‘Ah, eh ventje. Wildegij nekeer “Le Blason” op een ceedeeke zetten voor mij? Gij kunt dat toch hé?’
‘Geen probleem pa, vijf minuutjes werk.’
“Le Blason”, van Brassens? Is hij weer in zijn Brassens-fase? Mmm, een veeg teken. Ons vader die anders met geen stokken uit zijn zetel is weg te krijgen?
‘Ja, hij heeft vorige week zijn altsax uit de kast gehaald, en hij begint weer noten te schrijven en te spelen enzo..’ zegt ons moeder wat later in de keuken met pretlichtjes in haar ogen. ‘Goed hé?’
‘Le vieux volcan en sommeil. Nooit onderschatten die dingen. Ge zijt zeker dat hij geen lief heeft ieveranst?’
We schieten alle twee in de lach.
Maar waarom heeft hij me liggen vraagt u zich af?
Wel. “Le Blason”. Dat gaat zo:
Ayant avecques lui toujours fait bon ménage
J’eusse aimé célébrer sans être inconvenant
Tendre corps féminin ton plus bel apanage
Que tous ceux qui l’ont vu disent hallucinant.
Enzovoort, het gaat hier verder.
Een erg mooi, fragiel liedje dat hier bij me thuis al de hele namiddag op repeat staan met een indrukwekkende tekst.
Waar ik geen bal van begrijp.
En daar kan ik niet tegen. Dus ben ik het maar gaan analyseren. Vijf minutjes werk, tarara!
Nu weet ik al iets meer. Zo’n teksten zeg. Daar kan je weken in grasduinen. Fabuleus. En dat is dan nog maar van één liedje van Brassens. Het mag blijven regenen dit weekend. Ik weet wat te doen.