19 mrt 2006
‘t Zonneke schijnt!
Nu nog een graad of 20 en een mensch is helemaal content! (Wacht, binnenkort lopen we allemaal te puffen en te klagen omdat het té warm is. Hehe.)
19 mrt 2006
Nu nog een graad of 20 en een mensch is helemaal content! (Wacht, binnenkort lopen we allemaal te puffen en te klagen omdat het té warm is. Hehe.)
18 mrt 2006
Oh toi qui sais combien mon Dieu c’est fragile un amour
Pourquoi l’avoir laissé mourir sans lui porter secours
C’était un fleuve ivre de vie
Mais la source s’est tarie
Oh mon Dieu pourquoi mon Dieu
Il n’y a plus que l’amertume
Dans mon cœur qui se consume
Oh mon Dieu pourquoi mon Dieu
Qu’adviendra-t-il de moi mon Dieu
Qu’adviendra-t-il de moi de nous
On peut sourire on peut souffrir
On peut mourir d’un souvenir
Pourquoi mon Dieu pourquoi mon Dieu
Oh toi qui sais combien mon Dieu c’est fragile un amour
Pourquoi l’avoir laissé brûler au soleil de mes jours
Il n’y a plus que son ombre
Portant le chagrin du monde
Oh mon Dieu pourquoi mon Dieu
Je n’ose même plus attendre
Qu’il renaisse de ses cendres
Oh mon Dieu pourquoi mon Dieu
Qu’adviendra-t-il de moi mon Dieu
Qu’adviendra-t-il de moi de nous
On peut sourire on peut souffrir
On peut mourir d’un souvenir
Pourquoi mon Dieu pourquoi mon Dieu
(Tekst: Manos Hadjidakis, Georges Moustaki. Met dank aan Bruno.)
Pour la petite histoire: Biche was zo antiklerikaal als de pest, ze schreef ooit een brief naar het bisdom om te klagen dat het gebeier van Sint-Pieters niet alleen haar zondagrust verstoorde maar ook haar filmgenot in de Decascoop om zeep hielp en dat we het geblèr van Moskeeën op zondag ook niet zouden pikken. Afijn, heel hilarisch allemaal maar ook wel gemeend. Na de koffietafel in het crematorium ben ik samen met een paar van haar beste vrienden op weg naar Gent, in een opwelling, de weg naar Oostakker ingereden waar we met z’n allen de kerk hebben bezocht en in de ‘grot’ kaarskens voor haar aangestoken hebben. Lach-euh. Nouja. Om daarna finaal ons verdriet te bezuipen in het café onder de kerk. Ze moest eens weten… ze had ons allemaal uitgemaakt voor rotte vis. Om daarna in een klaterende lach te schieten. Een lach die ik mijn hele leven nooit meer ga vergeten.
18 mrt 2006

Weet U nog wie er portier was van de LP? Ik wel: Slosse.
Die gast van wie zijn boot gezonken is in de haven van Gent. En geen geld had om die boot terug naar boven te halen. En die nu doodgaat aan kanker. En die me ooit, toen ik met mijn moto (een Bol d’Or) geslipt was vanuit de Vlaanderenstraat aan zeker honderd, recht de Kuip binnen en recht (half kreupel) in zijne entrée vloog, zei : “Zonder lidkoarte moat, kom de nie binnen!”

17 mrt 2006
You wear guilt
Like shackles on your feet
Like a halo in reverse
I can feel
The discomfort in your seat
And in your head it’s worse
There’s a pain
A famine in your heart
An aching to be free
Can’t you see
All love’s luxuries
Are here for you and me
And when our worlds they fall apart
When the walls come tumbling in
Though we may deserve it
It will be worth it
Bring your chains
Your lips of tragedy
And fall into my arms
And when our worlds they fall apart
When the walls come tumbling in
Though we may deserve it
It will be worth it
(Depeche Mode)
14 mrt 2006
Zoals altijd ligt Johan op de keukentafel om me te troosten, wat lees ik ?:
“Stilte… Als ik de ruis van mijn elektrische schrijfmachine uitzet, blijft het ruisen van de regen. De voorlaatste woensdag van het jaar is nog geen seconde droog geweest, incontinente woensdag. Herinnering: het woord incontinent kende ik niet tot mijn moeder het werd. Ze bleef het niet lang, we zijn een te trotse familie om incontinent te leven.”
Ik heb deze zinnen tot driemaaltoe moeten lezen. Meer zelfs. Zo, verdomd, goed. Moet er niet bijvertellen zeker dat ik ook niet incontinent gebleven ben en de waterlanders maar bleven komen.
Heh, deed wel deugd.
Leve Anthierens, uit Leve mij! Pagina 464.
12 mrt 2006
.. waarschijnlijk door één of andere Chinees zeker?
So what, ik ga het in ieder geval niet lezen.
Who wants to be famous outside Flanders?
Niemand kent je daar.
12 mrt 2006
Nog zoiets waar ik mijn kas zat over op te fretten de laatste tijden: de discussie in de pers over de verdwijning van Erdal. Die zogenaamde vergelijking met de ontsnapping van ‘Van de Putte’ – Dutroux. Volledig van de pot gerukt natuurlijk want het had er NIETS mee te maken. Neen hoor, de voltallige Vlaemsche en Belgische pers wou ons wijsmaken dat er weer iets aan de hand was met ‘de politiekers’ zoals destijds en zat te wachten op een nieuwe boswachter. Terwijl de helft van de bevolking ALLANG wist hoe de vork in de steel zat: ze hebben Erdal gewoon laten gaan. En waarschijnlijk met een heel goede politieke reden, zoals destijds Mark Eyskens iemand een paspoort (een terrorist!) heeft gegeven.
Dat was me van in het begin al klaarduidelijk. Waarom? Geen kat die het weet. Ik had gedacht dat er journalisten zouden zijn die me het zouden vertellen? Maar neen hoor, de pers, maar memmen over politieke verantwoordelijkheid en zever enzo en maar scoopjes zitten bedenken. En zichzelf belangrijk zitten vinden. Onderzoeksjournalistiek? Maar mijnheer, wij hebben daar geen geld voor! En daarbij, wie leest dat? Niemand wil dat weten! Daar krijgen we ons gedrukt wc-papier niet mee verkocht! Huhja.
12 mrt 2006
Destijds, toen ik nog in Amsterdam en in Berlijn woonde en de trein moest nemen naar Gent, of in de supermarkt in Amsterdam (flirten? vergeet het, koele kikkers allemaal) viel het me op dat er niemand naar me keek. Ook niet toen ik in de gang in de trein met een zware valies aan het sleuren was en er geen kat was die eens zijn benen wou terugtrekken uit het gangpad: alleen maar als ik uitdrukkelijk mijn ‘bestaan’ te kennen gaf, dan ja.
Na jaren in het buitenland wonen dacht ik dat zoiets normaal was en eigenlijk: ik vond het wel best wel zo. Ik herinner me de eerste keer dat ik als 15-jarige de trein naar Brussel heb genomen en dat op straat niemand me herkende, naar me keek of zelfs maar enige interesse in me had: “Life in Big Cities”. Oh, zo ongemakkelijk was ik er toen van en zo ongemakkelijk ben ik er nu van.
Want nu valt het me op dat je geen kleine teen op straat kan zetten (of een wind laten) of iemand heeft het wél gezien. Iedereen zit hier naar iedereen te kijken. We zitten elkaar zo ontzettend in de gaten te houden, ongelooflijk! Je kan hier niet eens op je gemak een schoon meisje (of een gast) in de kijker hebben of je krijgt onmiddelijk een alleszeggende blik terug, die wil zeggen : “Ik heb wel gezien dat je me gezien hebt, hoor! Back-off!” Arg. Erg! Sebiet gedaan met het flirten. Kan het nu eens iets wat subtieler? Ik bedoel: soms zie ik ook wel dat er iemand naar me kijkt maar daarom laat ik het niet onmiddelijk merken met een dodelijke blik. Ik doe gewoon of ik niets heb gemerkt. Dan kijk je een tweede keer en dan, enzovoort.. Allez, d’as toch veel leutiger?
Nu, waarom vertel ik dat allemaal? Omdat ik de indruk heb dat we allemaal veel wantrouwiger zijn geworden ten opzichte van elkaar. En dat we ons meer zouden moeten laten gaan. En dat alles veel te serieus is geworden. En dat we allemaal teveel achter dat geld zitten en dat we daar zeker niet gelukkiger gaan door worden en dat er andere dingen zijn in het leven zoals lol maken: zoals, af en toe eens wat schrijven op mijn blog en op Gentblogt. En dat we bij Gentblogt ook aan de ziekte gaan lijden van ons te serieus te gaan nemen en dat de lol er dan af is. En… ochja, weet je wat? Ik ga morgen gaan babysitten.
11 mrt 2006
*Geeuw* Ohboy, ik heb de kijkbuis eens een avondje laten aanstaan op Kanaal II, tot nu. LOTR. By Allah, wat een strontvervelende film. Zo slaapverwekkend. Het verhaal gaat ongeveer als dit: “Geef me de ring! Geef hem terug! Geef me de ring! Geef hem terug!”
Allez, precies voetbal… Een slechte match dan nog: o-e-r-s-a-a-i! Erger heb ik nog nooit gezien. Zo, zap! Dat was het. Weg ermee. Het einde kan me zelfs geen bal schelen.
09 mrt 2006
Zet ik het er hier maar op en doe een onbeschaamde copy/peest vanuit Michel’s weblog (kontneukers als we zijn):
“Hoera! Leve! Proficiat!
Groots! Verdiend! Superlatieven!
Eééuwen onder embargo, maar nu mag het geweten zijn: Henk Rijckaert speelt in het voorprogramma van Wim Helsen!
Gensters! Vuurwerk! Joepie!
Echt serieus: die mannen zijn alletwee goed bezig. Wim Helsen is al helemaal ontdekt tot op het einde van het taalgebied, alle dagen dat hij speelt zijn op geen tijd uitverkocht, en hij is de enige reden waarom ik (mocht mijn tv nog werken) geen enkele aflevering van Comedy Casino zou willen missen. Zijn debuut Heden Soup! bowlde zowat iedereen omver (ik heb het gemist maar ik heb het gezien op een cassetje van de uitzending op den ollandsen teevee die ik had gekregen om te zien!), en van Bij mij zijt ge veilig heb ik nog niets anders dan goed gehoord—en mocht het dedju niet uitverkocht zijn ik was al lang geweest!
Wel—volgend jaar deze tijd zal het van Henk ongetwijfeld ook zo zijn. Normaal gezien als ik iets schrijf, dan is dat op een ik en een gij geklaard. Die keer dat Henk op Comedy Zone een try-out deed, heb ik ùren aan een stuk ziten tsjoezen op een review van vijftien zinnen.
En mij telkens zitten afvragen: “jamaar vind ik dat goed omdat ik die mens in ‘t echt ook al gezien heb?” En telkens zeggen: “euh nee, het was echt wel serieus goed”. En dan weer van “maar is het niet omdat ik zijn lief en hem fijne mensen vind?” En daarop van “nope—iedereen die erbij was vond het màchtig enorm goed”.
Een hele zaal in minuut twaalf plat doen lachen, tegen minuut dertien heel de zaal doen snotteren, en in minuut veertien weer plat laten liggen. En dat was dus een try-out. Nog niet klaar. Work in progress.
Internationale-doorbraak-kaliber. Zegt dat ik het u gezegd heb.”
Eindelijk hebben we een goede Gentse comedian, niet dat klef gedoe van Geert Hoste en die platte drol op VTM met nieuwjaar! Ha!
08 mrt 2006
Uit ‘Leve Mij’ van Johan Anthierens:
“HOU DAAR NU MEE OP BRIEF AAN U
DE ZWIJGER,12 JANUARI 1984
Schepen verwelken, Boeings vergaan, De Zwijger gaat zijn derde jaar in. Dat hadden wij beloofd en beloofd is beloofd is beloofd. De Zwijger wil 105 jaar bestaan en dan sterven en verder geen gedoe. Neemt niet weg dat wekenlang op het rendez-vous zijn een prestatie is, zeker als wij zien hoe het de concurrentie vergaat. Het veertiendaags satirisch tijdschrift Mep is ruim zes maanden geleden uit de circulatie verdwenen, de in 1982 zo succesvol op gang getrokken Gentse stadskrant Metro verongelukte danig in 1983, en de geniale Kamagurka slaagt er vooralsnog niet in zijn satirische parasiet Reactivisd vanonder Humo’s rokken te bevrijden. Knack bestaat dankzij het Gemeentekrediet. Bladen maken, er blijven bloed en tranen aan te pas komen, tenzij je het wereldnieuws beperkt tot de maandstonden en het verdriet van Mireille (of zoiets) van Monaco, dan bespeelje dit vak als een fluitje van een cent.
Omdat wij in het geboortejaar financieel te veel bloed verloren, moest deze precaire toe stand in 1983 fors worden rechtgetrokken. Die sanering lukte vrij aardig tot in het najaar onze broodheer de nv Biblo het blad van de hand deed, de adder aan Kritaks borst perste. Wat was er gebeurd? Naarmate dit blad sterker werd en raker richtte, groeide onrust in sommige kringen en nam de wrevel toe in dezelfde milieus. Herman van Hove en Fons van de Putte, de schippers naast eIkaar aan het roer van Biblo, ondervonden steeds meer weerzin voor hun buitenbeentje. Omdat de andere publicaties van Biblo nogal ovationeel staan tegenover een kapitalistische werk- en levensopvatting en De Zwijger met niks vrede neemt, begon een en ander eIkaar doortastend te bijten. Toen De Zwijger het reilen en zeilen van uitgeverij Roularta (Knack, Sport¬magazine, Trends, Weekendmagazine) rauw doorlichtte, braken klompen. Roularta en Biblo werken veel samen en ze waren beiden zwanger van een dit voorjaar te verschijnen kind, Industriemagazine, toen De Zwijger richting Roeselare uithaalde. Roularta is groot en Biblo kleiner en toen zei Roularta tegen Biblo, hou daar nu mee op, wat Biblo deed. (…)
Onze opvang door Kritak houdt in dat wij het nog soberder aan doen, de Leuvense boekerij Kritak is een duimpje vergeleken bij Biblo dat een Sneeuwwitje was vergeleken met menseneter Roularta. Gaan wij in 1984 onder aan armoe en ontbering? Broodrellen ter redactie? Eerlijk antwoord, met Kritak worden nu alle zeilen bijgezet om De Zwijger dit jaar financieel windstil te krijgen, wij moeten uit de rode cijfers surfen. Hoe kan dat? Door inhoudelijk nog beter te worden, er redactioneel extra de beuk in te zetten. Eind 1984 willen wij een lachend leger van 5000 abonnees aanvoeren. Kritak zegt: dit is haalbaar. De voortekenen geven hem (André van Kritak) gelijk; de abonneerbon in het blad die vroeger een handvol intekenaars opleverde, scoort de jongste weken het vier- a vijfvoudige. We kennen onze zwakke kanten, maar soms vaIlen er complimenten die doen blozen – Jeroen Brouwers verklapte aan Angele Manteau dat hij tijdens de poststaking najaar 1983 qua nieuws uit Belgie aIleen het wegblijven van De Zwijger miste. En toch weten wij dat wij nog een en ander moeten bewijzen. Nummer 100 bijvoorbeeld, was een redactioneel dieptepunt. We hebben gehuild om die miskraam. (…)
Het incident van 1983 was de verbanning (na een jaar magnifieke dienst) van sterreporter Johan Struye uit het weekblad Knack, wegens zijn mederwerking aan dit blad. De blunder van 1983 was het aankopen van Monique, de diepvriesvrucht van de Francaise Claire Bretecher. Mea Culpa. Over twee nummers is Bretecher passee. Dat was het. Misschien verkoopt Kritak ons in 1984 aan Averbode. Worden wij geveild op de Antwerpse Vogelenmarkt. Als wij nog twee Zepperen-story’s uitbrengen, meldt Bild-Zeitung trots het copyright op De Zwijger te hebben verworven.
In 1584 werd Willem van Oranje vermoord. Wij gaan geen aanslag uit de weg. Wij gaan in 1984 prinsheerlijk met onze lauweren woekeren. Hartelijk gegroet en bedankt voor uw waanzinnig vertrouwen.”
Verdomme! Johan is te vroeg geboren! Met het internet had hij al die problemen niet gehad. Al dat gejeuk van de Vlaemsche pers is een makkie vergeleken met wat we nu meemaken. Lang leve internet. Al de rest zijn achterhoedegevechten.
RIP, Anthierens, en de schitterende Sus. Waar zijn de schrijvers van weleer? Zoals Gerrit Six en Reine-bo (met zijn onbeschrijfelijke naam, geen goesting om het op te zoeken) En zoals een journalist van De Gentenaar, Laurens De Keyser, vanwie ik zijn stukjes altijd mocht pruimen?
08 mrt 2006
Verraders, kunnen stikken, doodgaan, verdrinken, bloeden, armen en benen af hebben, kotsen in hun eigen zever… what more?
Als ze liggen te creperen dan, dan nog ga ik geen poot meer uitsteken, that’s for sure, creepy B. Kreveer! Worm! Bastard! Teek! Nul! Loser!
Zoals ze in Gent zeggen moat : legt eu moar al te bloeien!
05 mrt 2006
Zoek niet langer : In aflevering 2 hoor je onder de eindgeneriek het nummer ‘Ruled By Secrecy’ van Muse uit het album ‘Absolution’. Geen dank, steeds tot Uw dienst.
03 mrt 2006
Lang geleden …on topofdahwold. Vanuit de cockpit zagen we (als U goed kijkt) de top van de Sagarmatha Chomolungma:

Halfuurtje later, in ‘Spinners’ Ascent, de moeilijkste landing ter wereld: Kathmandu Airport! In de put van “Kathy”, steep descend, gears down, 200, 100, 30. Toutchdown!
Ja het was wel remmen! Ik weet niet meer hoelang de runway was maar… het was kort! En we zijn niet ‘in de breedte’ geland… Een volle ‘heavy’ (getankt in Kirgizië omdat het goedkoop was. De commandant had gewoon een grote bruine envelop met een half miljoen dollar onder zijn kont zitten. Kleingeld: om ‘ne keer te gaan tanken’.) MALW (maximum allowed landing weight) en een strakke, onverwachte valwind. We moesten bijna dumpen. De Chief-in-Command: “Bof, on verra bien si cela tiens… Si le train ne tiens pas… eh bien tant pis…” Jummie!
In Kathmandu bleek dit onze crewbus te zijn. (Moi = tweede van rechts, tussen de Commandant en de ‘Coco’.)
Op de tarmac, die eventjes voor het landen ‘beestenvrij’ was gemaakt, een volledig bataljon Ghurka’s die we een week later naar Zagreb zouden vliegen. Die jongens waren daar al een tijdje op ons aan het wachten maar wij waren aan verplichte crew-rest toe + het feit dat er nog geen geld op ‘onze’ rekening stond, ha! No money, no fly!
Enfin, het zat zo. Ik heb eerlang nog gewerkt (in onderaanneming, ja zo ging dat toen!) als flying loadmaster voor een obscure vliegmaatschappij die zijn diensten verhuurde aan de meestbiedende. In dit geval was de ‘klant’ de VN die voor de oorlog in de Balkan van overal ter wereld legers liet aanrukken. Alleen, die betalingen liepen niet zo vlotjes… (achja, lang verhaal)
Zolang onze bazen in Brussel geen geld zagen, zaten wij op onze krent in het hotel… te wachten. Prima hotel trouwens en ook meteen onze cateraar aan boord: The Soaltee Oberoi. Met een ongelooflijke, attente, vriendelijke afhandelaar in “Kathy”: je-kunt-het-niet-geloven hoe die man zich in vier voor ons kon plooien:
Te wachten, het is te zeggen: na twee dagen waren we met de hele crew op ‘trekking’. Wij dus in de bergen, de jungle in, bloedzuigers aan ons benen en onderweg arme, arme mensen tegengekomen, vel over been en al, met baby’s in hun armen (waar komen die uitgekropen?) enja, eenmaal aan de top van zo’n berg staat daar tochwel een soort kapel zeker waar dan nog zo’n oude man in woont met een lange baard en al. Kuifje, kwa.

Na de ‘trekking’, wij terug naar Zagreb, met 350 Gurka’s aan boord + artillerie en munitie in de buik en een paar meegesmokkelde tapijten voor de crew. ‘Heavy load’ in figuurlijke en letterlijke zin van het woord. Nu moet U weten, Kathmandu ligt in een kom. Je moet dus pijlsnel dalen om er te geraken en evenrap optrekken om eruit komen. De Paki’s van PIA een jaar ervoor kunnen het niet meer navertellen. Maar wij waren het nog niet vergeten. Dus besloten we om met een MTOW -in dit geval moest ik een m-i-n-i-m-u-m take off weight berekenen, en te vertrekken en zogauw mogenlijk ergens een plekkie te vinden om bij te fuellen. In Kirgizië, dus. (Het goedkoopste land in de buurt, ahja, iedere dollar was ‘indapocket’).
Probleem was, dat we nét genoeg in tanks hadden om er te geraken en dat we komende vanuit India, dat ene korte stukje (5 minuutjes maar) moesten vliegen over, jawel, Pakistan! Die toen in dikke boel, nouja sinds eeuwen al, in boel zit over die tapijtentoestanden. We hadden nogmaar onze kleine teen in het Pakistaanse luchtruim gestoken of de radio begon al te knetteren: “Van ons erf! Eruit, vuile Westerse honden, bezoedelaars van onze Heilige Lucht, we schieten jullie eruit, er komen jagers op U af, etc…” Nog erger dan met die Deense cartoons tegenwoordig. Ik en de ‘Coco’ zaten ze dus flink te knijpen. Om niet te zeggen: ik heb de jumpseat in de cockpit bijna ondergepist. Gelukkig zijn er kotszakjes in ieder vliegtuig. (Multipurpose!) Onze commandant, die al eerder vanalles en nog wat had meegemaakt, en de coolste mens is die ik ooit in mijn leven heb leren kennen, zei: “Ils peuvent me faire foutre en enfer! Mets les gaz Coco!” (Coco = co-pilot) Wij, full speed over de Paki’s gevlogen! Bon-bin, een halfuur later stonden we in Kirgizië te tanken, mine de rien.
Afijn… van daaruit naar Zagreb, maar… Het was er te heftig. De bommen vlogen er langs alle kanten en vanuit Brussel kregen we op de ‘longwave’ een oproep om uit te wijken naar Stuttgard. Wij dus in Stôôtgaard, een hapje eten. En wachten.

Lekker weertje, toen:
Na een halve dag, (ondertussen zaten die Gurka’s te sudderen in onze kist onder de blakende zon – ze mochten er niet uit: top-zekret-mizzion!) vlogen we verder naar Zagreb. Waar, nadat we die vriendelijke jongens en hun bagage allemaal hadden uitgeladen, de ‘crewbus’ op ons stond te wachten:
Eerlijk is eerlijk, het hotel was niet mis.

We hebben die vlucht (18 uur) zo een paar keer gedaan. Zes maanden lang.
Snifsnotter, achteraf bekeken? De schoonste tijd van mijn leven. Achja. Zo, liefste lezertjes. Zoals in elk Sus- en Wisverhaal neem ik hierbij afscheid van U.

(Wordt vervolgd…)