Vandaag nadat het werk erop zat om 14 uur naar de Metroshop geweest onder het Brouckèreplein. Een pot verf gaan halen om mijn radiatoren in mijn nieuw thuis in Gent te witten. Vijftien f*cking Euro voor een kwart liter verf! Je ziet die pot niet eens staan.
Daarna heb ik de tram genomen naar het Fontainasplein. Een tram vol met haveloze mensen.
Op het pleintje heb je de beste coiffeur van België: smerig en vuil maar je moet er nooit wachten, op vijf minuten ben je geknipt, het is zeer goed gedaan, gene zever en geen geld. Marcel is van Bastogne, ver over zijn pensioenleeftijd maar heeft geen geld om terug naar zijn geliefde geboortestad terug te gaan en heeft nog enkel zijn salonnetje.
“Jusque a ma mort fieux, quoi d’autre ? Avec ma pension de 400 Euro ?” Het knippen kost 6.50 €. Ik geef altijd 10 en zeg ritueel: “C’est bon. C’est pour ta villa à Bastogne”.
Marcel lacht dan iedere keer zijn rotte tanden bloot.
Verder, te voet via de Stalingradlaan naar het Zuidstation. Op de ‘Stalin’ heb ik 3 jaar gewoond. Mijn vorige huisbaas is de patron van restaurant ‘Comme chez Soi’ om de hoek, hij bezit het hele huizenblok, zowat. Ik ben ver geraakt in het laatste bastion van de beschaving aan het Rouppeplein. Het verste waar ik ben geraakt ben, via een zij-ingang in de keuken – was tot aan de aan de waterbak van de plonge waar ik de huishuur iedere maand cash kwam afgeven. In afwachting van een groezelig reçuutje kon ik naar binnen gluren en me vergapen aan De Rijken en Machtigen Der Aarde. Tenminste, zij die ervoor willen doorgaan. Bij het buitengaan kon ik dan Michel de ‘voiturier’ goeiendag zeggen, alsof ik daar alle dagen klant was.
Bij Ibrahim die nog steeds met veel moeite een krantenwinkel onder mijn vorige woonst runt een klapke doen en kijken of er nog verdwaalde post ligt.
Zijn zoon, Tarik, een jaar afgestudeerd als burgerlijk ingenieur staat naast hem aan de kassa.
“Neen, helaas, nog steeds geen werk. Ik kan wel een onbetaalde stage volgen bij een bank, bedankt voor de tip.”
Onderweg ben ik zeker vijf keer aangeklampt geweest voor: “Un petit geste sympa, une cigarette, de l’argent”. Twee moeders met een slapend kind op schoot, in lompen, gehurkt, met een bedelhand. Drie slapende mensen op de stoep aan de ingang van Midi. Roedels clochards maar ook jonge mensen die blijkbaar geen werk hebben en zich in het station ophouden met op het eerste zicht niet al te beste bedoelingen. Hoe zou je zelf zijn, wanhopig ?
Deze avond zal Michel alweer veel werk hebben om de Daimlers en Jaguars een plaatsje te kunnen geven op het Rouppeplein. En zijn klanten zullen wegrijden zonder iets te zien van al dat schrijnends door hun geblindeerde en gefumeerde ruiten.
Ik zat me druk te maken over de prijs van een stomme pot verf. Ik heb een wrange smaak in de mond. Brussel is een tijdbom.